Oefening in de Bijbelse eschatologie 10

Oefening in eschatologie 10

Terugblik

Tot nu toe loopt het spoor van de verwoestende gruwel vrij probleemloos vanuit het boek Daniël via de Heere Jezus naar de eschatologie van de apostel Paulus. Vanuit het boek Daniël ontvangen we een helder profiel van wat de term voorstelt. Van de voorlopige vervulling van de profetieën van Daniël in de tijd van Antiochius Epiphanes IV komen we bij de definitieve vervulling van de verwoestende gruwel die in Daniël 12 wordt uitgetekend. Marcus 13 waarin we de rede van Jezus over de laatste dingen lezen, laat zien dat er een lange tijd zit tussen de verwoesting van de tempel in 70 na Chr. en de eindtijd. In Marcus 13 lezen we ‘wat eerst gedaan moet zijn’ voordat de geschiedenis naar zijn einde kan gaan. Marcus 13:10 En het Evangelie moet eerst gepredikt worden aan alle volken. In het vorige hoofdstuk lazen we dat de Heere in Openbaring 6 – waar de eerste zes zegels worden verbroken – ook uitgaat van een lange geschiedenis voordat het einde daar is. Het is de geschiedenis die God gaat met de gelovigen uit de volken. Openbaring 7 laat een wisseling zien; Na 2000 jaar vooral oog gehad te hebben voor de volken, wendt God zich – voorafgaande aan het verbreken van het laatste zegel – opnieuw tot Zijn oude volk Israel.

Vooruitblik

Het boek Openbaring is natuurlijk niet ‘de eschatologie van Johannes’, maar van de HEERE God, Die via de Heere Jezus deze visie communiceert met zijn apostel. Openbaring 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven. Omdat Christus Zelf een eschatologie heeft afgegeven en ook de inspiratiebron van de apostel Paulus is, menen we toch vrijmoedig van de eschatologie van de Heere Jezus en van Paulus en van Johannes te mogen spreken. Na het verbreken van het zevende zegel volgt een meer gedetailleerd verhaal aangezien zegel zeven – tegen het einde – ook samen gaat met zeven trompetten en tenslotte drie weeën. De focus lijkt gericht op de afsluitende inzameling – van de gelovigen uit Israel – na de oogst onder de heidenen. Daarna – in Openbaring 11 en volgende – verlegt zich de aandacht opnieuw naar Jeruzalem waar we ook een tempel vinden als locatie waar de eindtijd zich concentreert.

De tiende oefening
De verborgen vooronderstelling van de eschatologie van de Heere Jezus en die van Paulus is de terugkeer van het Joodse volk – tegen het eind van de tijd – naar hun land van herkomst. Beiden veronderstellen namelijk dat de antichrist zich zal manifesteren in de tempel in Jeruzalem. Daarvoor zal het nodig zijn dat het Joodse volk niet alleen terugkeert naar het land Israel maar ook dat ze Jeruzalem in handen krijgen en de tempel herbouwen. Wat bij de eschatologie van de Heere Jezus en die van Paulus redelijk verborgen blijft, wordt door Johannes expliciet benoemd, namelijk de terugkeer van Israël naar het land van herkomst, maar wat misschien nog wel belangrijker is de terugkeer van God maar Israel en andersom. Om die reden lezen we vooral Openbaring 7. Omdat de geschiedenis zich in de eindtijd concentreert op Israel lezen we ook Openbaring 11:1,2

Openbaring 7
1 Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde. Zij hielden de vier winden van de aarde tegen, opdat er geen wind zou waaien op de aarde, of op de zee of tegen enige boom.
2 En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen,
3 en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben.
4 En ik hoorde het aantal van hen die verzegeld waren: honderdvierenveertigduizend waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.
5 Uit de stam Juda waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Ruben waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Gad waren er twaalfduizend verzegeld,
6 uit de stam Aser waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Naftali waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Manasse waren er twaalfduizend verzegeld,
7 uit de stam Simeon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Levi waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Issaschar waren er twaalfduizend verzegeld,
8 uit de stam Zebulon waren er twaalfduizend verzegeld, uit de stam Jozef waren er twaalfduizend verzegeld, en uit de stam Benjamin waren er twaalfduizend verzegeld.
9 Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand.
10 En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!

Openbaring 11:1,2
1 En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden.
2 Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang.

De tiende vraagstelling.
Lees Openbaring 7:1-10 en wil antwoord geven op de volgende vragen.
1. Het lijkt er op dat God Zich volgens dit hoofdstuk – tegen het eind van de tijd – keert tot Zijn oude volk Israel. Wat is het aantal van de verzegelden uit de twaalf stammen van Israel? Zie vers 4

De letter is: