Oefening in de Bijbelse eschatologie 2

Oefening in eschatologie 2
De kennis zal toenemen

Er lijken drie of vier voorwaarden te gelden voor een goed verstaan van de openbaring van de HEERE over de eindtijd.

1. Het eerste wat nodig is – om de verborgen dingen te begrijpen – is op zoek gaan. Het geheimhouden van Daniëls profetieën en verzegelen heeft in ieder geval te maken met inzicht dat ontbreekt, maar dat wel kan doorbreken. Sterker, die belofte is er. Daniël 12:4 Velen zullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen. Maar er is nog meer nodig om te ontdekken wat God ons wil bekend te maken door de geheimtaal over de eindtijd.
2. Het is blijkbaar niet alleen een kwestie van begrijpen van verborgen dingen, maar men moet ook op een gelovige en gehoorzame manier in de eindtijd staan. Tenminste dat zegt de HEERE in Daniël 12:10 Velen zullen gereinigd, zuiver wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen. De goddelozen komen niet tot een goed inzicht. Bij de verstandigen ligt dat anders.
3. Daniël voldoet aan deze twee voorwaarden. En toch krijgt hij er de vinger niet helemaal achter. Hij beklaagt zich ook op dit punt. Daniël zegt in Daniël 12:8,9 Ik echter, ik hoorde het wel, maar ik begreep het niet. En ik zei: Mijn Heere, wat zal het einde hiervan zijn? Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde. Dat is de derde voorwaarde. De eindtijd moet wel aangebroken zijn. Aan die voorwaarde lijkt – toen nog niet – maar op dit moment ruimschoots voldaan. Het boek Openbaring mag om die reden niet verzegeld worden. Openbaring 22:11 En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij. Reeds in de eerste eeuw na Chr. is de eindtijd begonnen, waarover Openbaring zich uitspreekt. Met het boek dat met zeven zegels gesloten is wordt dit geïllustreerd. Die zegels gaan open vanaf Openbaring 6. Met elk zegel opent zich een nieuwe fase in de geschiedenis. Tegelijkertijd begrijpt ieder dat wanneer een of twee zegels nog op opening wachten, het inzicht – wat die zegels betreft – een lastige is.
4. Wie zich verdiept in de eschatologie zal dat zeker biddend doen. We hebben de heilige Geest nodig om tot beter inzicht te komen. De HEERE stelt onze belangstelling op dit punt bijzonder op prijs. God is zeker genegen om ons te helpen om te komen tot een beter begrip. Daniël 9:21,22 Terwijl ik mijn gebed nog uitsprak, kwam de man Gabriël, die ik in het begin in het visioen gezien had, snel aangevlogen en raakte mij aan, omstreeks de tijd van het avondoffer. Hij begon mij te onderwijzen en sprak met mij. Hij zei: Daniël, nu ben ik eropuit gegaan om u de betekenis te doen begrijpen.

Het traject

Het boek Daniël is fundamenteel voor de ontwikkeling van een Bijbelse eschatologie. Vanuit Daniël kunnen we de lijn doortrekken naar het Nieuwe Testament. In het boek Daniël ontwikkelt de HEERE een toekomstverwachting. Deze eschatologie zal zich – in eerste instantie – in de tijd van het Oude Testament voltrekken. Wat er toen gebeurde kan richtinggevend zijn voor een toekomstige vervulling. Er zijn sterke overeenkomsten tussen de eschatologie van het Nieuwe Testament en die van het Oude. Hopelijk zijn de overeenkomsten voldoende om u ervan te overtuigen dat we de lijn doortrekken van het Oude naar het Nieuwe Testament, maar er zijn zeker ook verschillen. Dat laatste is ook wel weer gunstig omdat we telkens weer nieuwe dingen ontdekken op hetzelfde traject. De beelden vullen elkaar aan zodat we tot een redelijk compleet plaatje komen.

Werkwijze van de test

De test zit als volgt in elkaar. Het ligt in de bedoeling om uzelf te laten ontdekken wat er gaande is. Hoe
gaat dit in zijn werk? De eerste letters van verschillende antwoorden vormen samen een code. De code helpt u om te weten of u met de antwoorden in de goede richting denkt. Als u die code invult op de bestemde plaats wordt u doorgelaten, tenminste als de code in orde is. Wanneer de letter niet klopt, kunt u teruggaan en kijken welk ander antwoord dan volstaat. Soms is het lastig om de goede letter te vinden aangezien verschillende antwoorden gegeven kunnen worden. Het is dan even zoeken. Wanneer u dit traject succesvol aflegt zult u zien dat oefeningen afgewisseld worden door verhalen waarbij een zekere duiding gegeven wordt aan het Bijbelse materiaal dat u hebt gelezen en waarover u wat vragen beantwoord hebt. Mocht u er niet uitkomen dan kunt u via de vragen/emailpagina de vraag voorleggen. U ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord. Neem uw tijd. Lezen en herlezen helpt.

De tweede oefening

De tweede oefening in eschatologie beperkt zich tot Daniël 7. Daniël ontvangt een visioen van God. In dat visioen ziet hij vier dieren opkomen uit de zee. Het zijn vier wereldrijken die een bedreiging vormen voor God en het volk van God. Daniël heeft vooral belangstelling voor het vierde dier waarbij de vijandschap tegen God en Zijn volk een climax vormt in de geschiedenis. Maakt de wereld een vuist tegen de God van Israël, God heeft Zijn geheime wapen, de Mensenzoon. Uiteindelijk overwint de Mensenzoon alle machten die tegen God opstaan. Hij vestigt Zijn eeuwig Koninkrijk op aarde en laat de heiligen daarin delen.

Daniël 7:13-27

13 Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen.
14 Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.
15 Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn geest geraakt, en de visioenen die mij voor ogen kwamen, verschrikten mij.
16 Ik kwam in de nabijheid van een van hen die daar stonden, en vroeg hem naar de juiste betekenis van dit alles. Hij vertelde die mij en liet mij de uitleg van deze zaken weten:
17 Die grote dieren, die vier in getal zijn, zijn vier koningen, die uit de aarde zullen opstaan.
18 De heiligen van de Allerhoogste zullen echter het koningschap ontvangen. Zij zullen het koningschap in bezit nemen tot in eeuwigheid, ja, tot in der eeuwen eeuwigheid.
19 Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat verschilde van al de andere – uitzonderlijk schrikwekkend, zijn tanden waren van ijzer, zijn klauwen van brons, het at, verbrijzelde en de rest vertrapte het met zijn poten –
20 en van de tien hoorns die op zijn kop zaten en van die andere, die oprees en waarvoor er drie afgevallen waren, namelijk die hoorn die ogen had en een mond vol grootspraak en waarvan de verschijning groter was dan die van zijn metgezellen.
21 Ik had namelijk toegekeken en gezien dat die hoorn oorlog voerde tegen de heiligen en dat hij hen overwon,
22 totdat de Oude van dagen kwam, de heiligen van de Allerhoogste recht verschaft werd en het tijdstip was bereikt dat de heiligen het koningschap in bezit namen.
23 Hij zei het volgende: Het vierde dier zal het vierde koninkrijk op aarde zijn, dat verschillen zal van al de andere koninkrijken. Het zal heel de aarde verslinden, het zal haar vertrappen en haar verbrijzelen.
24 En de tien hoorns duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen.
25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd.
26 Daarna zal het gerechtshof zitting houden: men zal hem zijn heerschappij ontnemen, hem verdelgen en volledig vernietigen.
27 Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen.

De tweede vraagstelling.

Lees Daniël 7 en wil antwoord geven op de volgende vragen.

  1. Terwijl de opstandige volken worden vernietigd, ontvangt het volk van God een eeuwig koningschap. Codevraag: Wie wordt hun koning? Zie vers 13 en 14  Voer in het onderstaande tekstveld de eerste letter van het antwoord in: