Oefening in de Bijbelse eschatologie 4

Oefening in eschatologie 4

Terugblik

We bestudeerden de vorige keren Daniël 2 en 7 en 8. Daniël 7 liet al geluiden horen die aan de eindtijd doen denken. Een koning uit het vierde rijk zal God en Zijn volk Israel aanvallen door – te proberen – de tijden en de wetten te veranderen. Daniël 7:25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. Het zal de opmerkzame lezer opgevallen zijn dat de vijandelijke koning in Daniël 7 tijdens het vierde rijk verschijnt. Volgens onze gegevens is dat het Romeinse rijk. In Daniël 8 wordt echter niet het vierde, maar het derde rijk – het Griekse rijk – aangewezen als de fase van de geschiedenis waarin een vijandelijke vorst een directe aanval uitvoert op God en Israel. Die wisseling van het rijk blijft ons nog wel even bezig houden. Ook Daniël 9 loopt uit op de verwoestende gruwel, waarbij we dus – volgens Daniël 8 – opnieuw aan ontwikkelingen in het derde, het Griekse rijk denken. Daniël – die ook in zijn persoonlijk leven de haat tegen de God van Israel en het Joodse volk heeft ondervonden – hoort van God dat juist tegen het eind van de tijd de vijandelijkheden niet van de lucht zullen zijn. Een term die, zo later zal blijken een rood lampje laat branden – juist in verband met de eindtijd die dan gaande is – is de term een tijd, tijden en een halve tijd. Niet alleen in het boek Daniël maar ook in het Nieuwe Testament komen we variaties tegen van deze ingekorte tijdsduur, die neerkomt op ongeveer 3.5 jaar. In Daniël 9 levert de helft van de 70ste week opnieuw het getal 3.5 op.

Vooruitblik

Bij oefening 4 nemen we Daniël 9 onder de loep. In verband met de vijandelijkheden van de eindtijd komen we in Daniël 8 voor het eerst een term tegen die kenmerkend is voor wat ons in de eindtijd te wachten staan: de verwoestende gruwel. Blijkbaar wil de HEERE God de eindtijd vanuit verschillende invalshoeken belichten, want ook in Daniël 9 valt de term verwoestende gruwel. In Daniël 9 horen we van het zeventigwekenvisioen. Er valt veel over dit visioen te zeggen, maar vanaf het begin is duidelijk dat deze periode ook uitloopt op de verwoestende gruwel – met andere woorden – de vijandelijkheden tegenover God en Zijn volk Israel. Laten we dit hoofdstuk uit het boek Daniël – vooral het laatste gedeelte – maar eens lezen en kijken hoe het verder gaat. Een aantal antwoorden vormen opnieuw een beginletter van de code die nodig is om naar het verhaal te gaan.

De vierde oefening

De vierde oefening in eschatologie beperkt zich tot Daniël 9. Daniël bidt om de terugkeer naar Jeruzalem en het herstel van land en volk en tempel. De engel Gabriël komt na het gebed van Daniël bij hem om een visioen met hem te delen en tegelijkertijd uit te leggen. Daniël ontvangt een visioen van God. Het is het zogenaamde zeventigwekenvisioen.

Daniël 9:20-27

20 Terwijl ik nog sprak en bad, en belijdenis deed van mijn zonde en van de zonde van mijn volk Israël, en mijn smeekbede uitstortte voor het aangezicht van de HEERE, mijn God, omwille van de heilige berg van mijn God –
21 terwijl ik mijn gebed nog uitsprak, kwam de man Gabriël, die ik in het begin in het visioen gezien had, snel aangevlogen en raakte mij aan, omstreeks de tijd van het avondoffer.
22 Hij begon mij te onderwijzen en sprak met mij. Hij zei: Daniël, nu ben ik eropuit gegaan om u de betekenis te doen begrijpen.
23 Bij het begin van uw smeekbeden is er een woord uitgegaan en nu ben ik zelf gekomen om u dat te vertellen, want u bent zeer gewenst. Begrijp dan dit woord en krijg inzicht in het visioen.
24 Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beëindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen, om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van heiligheden te zalven.
25 U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in benauwde tijden. 26 Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is.
27 Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste.

De vierde vraagstelling.

Lees Daniël 9:20-27 en wil antwoord geven op de volgende vragen.

1. Hoe wordt het visioen ook wel genoemd dat Daniël van de engel ontvangt?

De letter is: