Oefening in de Bijbelse eschatologie 6

Oefening in eschatologie 6

Terugblik

In Daniël 7 worden we voor het eerst geconfronteerd met een vijandige koning die God en Israel kwaad wil aandoen. Deze koning zou ten tijde van het vierde rijk opduiken. De draad van deze vijandelijke koning wordt opgepakt in de volgende hoofdstukken van Daniël. Daniël 8 en 9 verrassen de lezer als we merken dat de vijandige koning niet tijdens het vierde, maar tijdens het derde, het Griekse rijk verwacht wordt. We horen voor het eerst van de verwoestende gruwel, een vast begrip in het boek Daniël waarmee de aanval op God en Zijn volk Israel wordt aangeduid. We bevinden ons met de verwoestende gruwel in de eindtijd, waarvan we een aantal begeleidende verschijnselen leren kennen zoals de geloofsafval, de bijzondere tijdsaanduidingen en de grote verdrukking. In Daniël 8 krijgen we oog voor de geloofsafval die voorafgaat aan de problemen die de trouwe gelovigen ondervinden en in Daniël 9 merken we hoe groot de druk is die wordt uitgeoefend op gelovige mensen. In Daniël 11 zien we de profetie en de geschiedenis met elkaar oplopen als Antiochus Epiphnes IV de aanvalt opent op de God van Israel met dat beeld van Zeus in de tempel in Jeruzalem. Gelukkig wordt die tegenstander uit Syrië verslagen. De tempel wordt opnieuw ingewijd en de Makkabeeën geven lange tijd leiding aan het Joodse volk in de 2de eeuw v Chr.

Vooruitblik

We gaan Daniël 12 lezen. We blijven dus nog even in Daniël, maar ditmaal wel voor het laatst. Bij deze oefening gaan we kijken hoe het komt dat er opeens een verschuiving was vanwereldrijk vier naar rijk drie? Interessant! Zeker – en niet zonder belang – want het werpt ook weer een bijzonder licht op de hoofdstukken 8 t/m 11 van Daniël. Hoewel de geschiedenis van de vijandige vorst met Daniël 11 wordt afgesloten keert het begrip verwoestende gruwel in Daniël 12 terug en vragen we ons af wat daarvan de bedoeling is? Er worden knopen doorgehakt, maar niet zonder goede reden. Kijk maar of u zich er in kunt vinden. Eerst willen we van u vragen deze hoofdstukken door te lezen en een aantal vragen te beantwoorden. Van vier antwoorden is de eerste letter voor de code die u kunt invullen. Als de code goed is ingevuld kunt u naar het verhaal dat achter Daniël 12 ligt. Succes!

De zesde oefening

De zesde oefening in eschatologie beperkt zich tot Daniël 12. Als we Daniël 12 lezen blijkt het opnieuw over de verwoestende gruwel te gaan. In zekere zin is dit verrassend omdat de dood van de vijandelijke vorst aan het eind van Daniël 11 vermeld wordt. We proberen een passende verklaring te vinden voor de verwisseling van het Wereldrijk.

Daniël 12

1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek.
2 En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.
3 De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd.
4 Maar u, Daniël, houd deze woorden geheim en verzegel dit boek tot de tijd van het einde. Velenzullen het onderzoeken en de kennis zal toenemen.
5 En ik, Daniël, zag, en zie, er stonden twee anderen, de één hier op de oever van de rivier, en de ander aan de overkant op de oever van de rivier.
6 De één zei tegen de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond: Hoelang duurt het nog voordat er een einde komt aan deze wonderlijke dingen?
7 Toen hoorde ik de Man gekleed in linnen, Die Zich boven het water van de rivier bevond, en Hij hief Zijn rechter- en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem Die eeuwig leeft: Na een vastgestelde tijd, vastgestelde tijden en een helft, wanneer Hij er een einde aan gemaakt zal hebben om de macht van het heilige volk stuk te slaan, zal er aan al deze dingen een einde komen.
8 Ik echter, ik hoorde het wel, maar ik begreep het niet. En ik zei: Mijn Heere, wat zal het einde hiervan zijn?
9 Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde.
10 Velen zullen gereinigd, zuiver wit gemaakt en gelouterd worden. De goddelozen echter zullen goddeloos handelen en geen enkele van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen.
11 Van de tijd af dat het steeds terugkerende offer weggenomen zal worden en de verwoestende gruwel opgesteld zal zijn, zijn het duizend tweehonderdnegentig dagen.
12 Welzalig is hij die blijft verwachten en duizend driehonderdvijfendertig dagen bereikt.
13 Maar u, ga heen tot het einde, want u zult rusten, en u zult opstaan in uw bestemming, aan het einde van de dagen.

De zesde vraagstelling.

Lees Daniël 12 en wil de vragen beantwoorden. Om een verklaring te vinden voor de wisseling van het wereldrijk – de vijandige koning verschijnt niet in het vierde maar derde wereldrijk – zijn drie zaken opgevallen.

a. De verwachting in Daniël 7:26,27 verschilt van die in Daniël 8:14
b. Nadat de vijandelijke koning dood is (Daniël 11:45) is opnieuw sprake van de verwoestende gruwel. (Daniël 12:11)
c. De verwoestende gruwel wordt door de Heere Jezus in Marcus 13:14 en Mattheüs 24:15 opgepakt en op de toekomst geprojecteerd.

1. We keren nog even terug naar de wisseling van het vierde in het derde rijk. Tijdens welk rijk zou de vijandelijke vorst oorspronkelijk optreden? De codevraag is: Voor welk rijk staat de geitenbok in Daniël 8? Oftewel de vraag: In welk rijk treffen we de vijandige vorst feitelijk aan?

De letter is: