Oefening in eschatologie oefening 11

Oefening in eschatologie 11

Terugblik

De Bijbelse eschatologie die vanuit het boek Daniël zijn sporen trekt over het Nieuwe Testament naar de (verre) toekomst hebben we behoorlijk in het vizier gekregen. Het begint bij de term de verwoestende gruwel die viermaal voorkomt in het boek Daniël. We ontvangen bij nader toezien een redelijk compleet beeld bij de gebeurtenissen die de eindtijd tot eindtijd maken. De overstap van het wereldrijk – aanvankelijk het vierde rijk, en later het derde – geeft aanknopingspunten om te komen tot een voorlopige en een definitieve vervulling. Er is dus een echte eindtijd geweest in 167 -164 v Chr. Wanneer Daniël ook daarna het begrip de verwoestende gruwel blijft gebruiken en de Heere Jezus juist dit begrip aanhaalt – en het toepast op de (verre) toekomst – is de link met het Nieuwe Testament gelegd. De apostel Paulus blijkt aan dezelfde zaken te denken als het over de Bijbelse toekomstverwachting gaat. Ook Johannes verwacht in het boek Openbaring een lange periode voordat de geschiedenis koers zet naar de eindtijd voor de wereld. Tegen het eind van Openbaring 6 lijkt God een nieuw traject op te gaan met Zijn eigen volk Israel – zie Openbaring 7 – en wordt er koers gezet naar de eindtijd die zich in en rondom Jeruzalem voltrekt. De gelovigen uit de volken en de wereld zelf lijken in Openbaring 6 een eigen afwikkeling van de geschiedenis te kennen die uitloopt op de redding van de gelovigen en Gods oordeel over de niet-gelovige wereld.

Vooruitblik

Het boek Openbaring legt een bijzondere belangstelling aan de dag voor de speler die altijd achter de gordijnen verborgen blijft, de duivel. Hoewel de duivel voor het blote oog niet te zien is, speelt hij een belangrijke rol door – verleiding en beproeving – de wereld van God te vervreemden en tegen Hem en de gelovigen op te zetten. Openbaring 12 leert ons dat de rol van de duivel in de hemel is uitgespeeld sinds de Hemelvaart van Christus. Dit neemt niet weg dat de invloed van de satan op het aardse gebeuren bij tijden sterk is. Bij tijden, want in die rol wordt hij sterk belemmerd gedurende de tijd dat Christus vanuit de hemel – met het Evangelie van verzoening en de heilige Geest en niet te vergeten Zijn Woord, de Bijbel – leiding geeft aan de gelovigen. Wanneer de gelovigen het massaal laten afweten wordt de invloed van de duivel opnieuw bijzonder sterk – als hij wordt losgelaten – en breekt al gauw de eindtijd aan, waarna de definitieve afrekening over de duivel plaatsvindt. Het is niet zonder belang om te zien of er in het boek Daniël ook sprake is van de invloed van de geestelijke machten van de duisternis. We zien het in Openbaring 13 en 20. Ditmaal letten we vooral op Openbaring 13.

De elfde Oefening

Bij de oefening 11 behandelen we Bijbels materiaal – uit Openbaring 13 – dat pas goed zichtbaar wordt nadat we het spoor van de verwoestende gruwel en de begeleidende verschijnselen tot het einde gevolgd zijn.

Openbaring 13

1 En ik zag uit de zee een beest opkomen, dat zeven koppen en tien hoorns had, en op zijn hoorns waren tien diademen, en op zijn koppen een godslasterlijke naam.
2 En het beest dat ik zag, leek op een panter, en zijn poten waren als die van een beer, en zijn muil was als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht, zijn troon en grote macht.
3 En ik zag een van zijn koppen als dodelijk gewond, maar zijn dodelijke wond werd genezen. En de hele aarde ging het beest met verwondering achterna.
4 En zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest macht gegeven had. En zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan dit beest gelijk? En wie kan er oorlog tegen voeren?
5 En het werd een mond gegeven om grote woorden en godslasteringen te spreken, en het werd macht gegeven om dit tweeënveertig maanden lang te doen.
6 En het opende zijn mond om God te lasteren, om Zijn Naam te lasteren en Zijn tent en hen die in de hemel wonen.
7 En het beest werd macht gegeven om oorlog te voeren tegen de heiligen en om hen te overwinnen, en hem werd macht gegeven over elke stam, taal en volk.
8 En allen die op de aarde wonen, zullen het aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het boek des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af.
9 Indien iemand oren heeft, laat hij horen.
10 Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap. Als iemand met het zwaard doodt, die moet zelf met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen.
11 En ik zag een ander beest opkomen, uit de aarde, en het had twee hoorns, als die van het Lam, maar het sprak als de draak.
12 En het oefent al de macht van het eerste beest voor zijn ogen uit, en het maakt dat de aarde en zij die er wonen het eerste beest aanbidden, waarvan de dodelijke wond genezen was.
13 En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen.
14 En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd. 15 En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden.
16 En het maakt dat men aan allen, kleinen en groten, rijken en armen, vrijen en slaven een merkteken geeft op hun rechterhand of op hun voorhoofd,
17 en het maakt dat niemand kan kopen of verkopen, behalve hij die dat merkteken heeft, of de naam van het beest of het getal van zijn naam.
18 Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, laat hij het getal van het beest berekenen, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig.

Psalm 74:13,14
Ú hebt door Uw macht de zee gespleten,
U hebt de koppen van de zeemonsters in de wateren vermorzeld.
Ú hebt de koppen van de Leviathan verbrijzeld,
U hebt hem tot voedsel gegeven aan het volk in de woestijn.

De elfde vraagstelling.
Wil Openbaring 13 lezen en de vragen over dat hoofdstuk beantwoorden.
1. We krijgen het idee dat de draak (= de duivel) met de zee wordt vereenzelvigd. Hoe wordt in Openbaring 13 de vereenzelviging van het zeemonster en de draak tot stand gebracht? De draak geeft leiding aan een oorlog tegen God en de gelovigen. Wie is zit achter de draak en de politiek leider van de eindtijd die een grote mond opzet tegen God en tegen Zijn volk de oorlog voert? (ander woord voor satan) Vergelijk Openbaring 12:9

De letter is: