Oefening in eschatologie oefening 12

Oefening in eschatologie 12

Terugblik

Ook Johannes verwacht in het boek Openbaring een lange periode voordat de geschiedenis koers zet naar de eindtijd voor de wereld. Tegen het eind van Openbaring 6 lijkt God een nieuw traject op te gaan met Zijn eigen volk Israel en wordt er – vanaf Openbaring 7 – koers gezet naar de eindtijd die zich in en rondom Jeruzalem voltrekt. De gelovigen uit de volken en de wereld zelf lijken in Openbaring 6 een eigen afwikkeling van de geschiedenis te kennen die ook uitloopt op de redding van de gelovigen en Gods oordeel over de niet-gelovige wereld. Ondertussen heeft God Zich opnieuw tot Zijn volk Israel gewend in genade. Want – zoals Romeinen 11:25 zegt – de verharding wordt weggenomen zodra de volheid van de heidenen is ingegaan. De eindtijd – met in het centrum Gods oude volk Israel en Jeruzalem – loopt uit op een aanval op het geloof en de God van Israel. De aanval komt regelrecht bij de satan vandaan die wordt voorgesteld als het beest, de draak uit de zee. In Openbaring 13. Terwijl we een politiek leider zien die de oorlog organiseert tegen God en Zijn volk, zien we ook een andere vertegenwoordiger van de satan opduiken in Openbaring 13, namelijk de antichrist. Hij wordt hier een ander beest genoemd dat veel weg heeft van het Lam maar ook van de draak.

Vooruitblik

Openbaring 12 leert ons dat de rol van de duivel in de hemel is uitgespeeld sinds de Hemelvaart van Christus. Dit neemt niet weg dat de invloed van de satan op het aardse gebeuren bij tijden sterk is. Bij tijden, want in die rol wordt hij sterk belemmerd gedurende de tijd dat Christus vanuit de hemel – met het Evangelie van verzoening en de heilige Geest en niet te vergeten Zijn Woord, de Bijbel – leiding geeft aan de gelovigen. De periode duurt een lange tijd die in Openbaring 20 niet zonder reden duizend jaar genoemd wordt. Al die tijd is de satan gebonden. Wanneer de gelovigen het massaal laten afweten wordt de invloed van de duivel opnieuw bijzonder sterk – als hij wordt losgelaten – en breekt al gauw de eindtijd aan, waarna de definitieve afrekening over de duivel plaatsvindt. Tegen het einde van de tijd is er dus nog een enorme oprisping van het kwaad die zich uit in een breed gesteunde aanval op Jeruzalem en de tempel, oftewel de God en het geloof in de Messias, de Heere Jezus Christus. De aanval van Gog en Magog – zoals de tegenstander in Openbaring 20 genoemd wordt – wordt neergeslagen door de Mensenzoon, Die verschijnt op de wolken om het laatste oordeel uit te oefenen en de nieuwe hemel en aarde dichterbij te brengen.

De twaalfde Oefening 12

Bij de oefening 12 behandelen we Bijbels materiaal – uit Openbaring 20 – dat pas goed zichtbaar wordt nadat we het spoor van de verwoestende gruwel en de begeleidende verschijnselen tot het einde gevolgd zijn.

Openbaring 20
1 En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand.
2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem voor duizendjaar,
3 en wierp hem in de afgrond, en sloot hem daarin op en verzegelde die boven hem, opdat hij de volken niet meer zou misleiden, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen zouden zijn. En daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten.
4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, en die het beest en zijn beeld niet hadden aanbeden, en die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand. En zij leefden en gingen als koningen regeren met Christus, duizend jaar lang.
5 Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding.
6 Zalig en heilig is hij die deelheeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.
7 En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten.
8 En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee.
9 En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.
10 En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.
11 En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was.
12 En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken.
13 En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken.
14 En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood.
15 En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.

De twaalfde vraagstelling
Wil Openbaring 20 lezen en de volgende vragen beantwoorden.
1. Hoelang werd de duivel gebonden? De letter is: